Nee, ik ben niet van de aardbodem verdwenen.
Ik kan het best begrijpen dat de radiostilte van de afgelopen 10 maanden die indruk heeft kunnen wekken, maar niets is minder waar.
Het academiejaar 2010-2011 is een ontzettend leuk, druk, bekronend jaar geworden, en het is me hierbij gelukt om inderdaad in één keer te slagen voor zowel mijn Bachelor als mijn Master; tot u spreek een Master of Arts in de Taal- en Regiostudies: Japanologie. Dat is een flinke mondvol, en als ik echt een ijdeltuit was zou het nog in correspondentie achter mijn naam mogen zetten ook. Maar aangezien mijn ego en ik nog altijd samen door een deur kunnen, doe ik dit niet.
Tevens ben ik al tijdens dit afsluitende jaar Leuven bezig geweest met het vervolg - waarin ik op dit moment de eerste stappen aan het zetten ben: een éénjarige Master in de Internationale Journalistiek aan Cardiff University. Het heeft wat voeten in de aarde gehad en flink wat voorbereidend werk vereist, maar nu zit ik dan ook pontificaal met mijn achterwerk op mijn nieuwe bureaustoel in mijn nieuwe kamer aan de andere kant van het Kanaal.
Als we dan toch met pijn in het hart afscheid moeten nemen van Leuven, dan liefst met iets leuks in het verschiet: nog een jaartje studentikozen tussen de Welshmen. Ik twijfel er niet aan dat dit de smart enigszins zal verzachten. Daarnaast beginnen we wat studie-inhoud betreft met een schone lei: Japans is na 5 jaar noeste arbeid eindelijk afgesloten, en ik moet bekennen dat dit voor mij kraaknieuwe studiegebied me met kinderlijk enthousiasme vervult. Toch hoop ik uiteindelijk beide vakgebieden te kunnen verenigen in een leuke doch uitdagende baan, die ongetwijfeld bijna onvindbaar zal blijken en waarvoor ik vanaf nu steeds de oren zal spitsen.
Maar goed, dit betekent wel dat er opnieuw een periode van (semi-)regelmatig bloggen aanbreekt - al is het maar als vingeroefening. Natuurlijk hoop ik dat familie en vrienden de komende berichten opnieuw geïnteresseerd zullen lezen, en bij voorbaat mijn excuses als een evenwichtig gepland stukje ontaardt in een tirade over deze of gene die mij op dat moment het bloed onder de nagels vandaan haalt.
Op dit moment valt er verder qua concrete zaken nog niet veel te melden: ik heb een eigen kamer met badkamer(tje), en deel een keuken met 4 andere studenten. De keuken is effectief leeg, en morgen staat er tussen de info-sessies en administratieve rompslomp door een expeditie richting mega-supermarkt op het programma. De komende anderhalve week staan vervolgens in het teken van de kennismakingsactiviteiten voor (1) internationale studenten, (2) Masterstudenten en (3) studenten Journalistiek. Dat belooft interessant, maar wel vermoeiend te worden. De eigenlijke colleges beginnen dan op 3 oktober - als ik het goed heb. Ik moet nog ergens een academische kalender vandaan halen.
Een grote opsteker was verder wel dat de vliegreis naar hier slechts 2 uur duurde; een fractie van de tijd die de reis naar Japan omvatte. Van 1 uurtje achteruit krijgen we gelukkig geen jetlag, en dankzij de pendeldienst van de universiteit heb ik me geen breuk gesjouwd aan mijn koffer en ben ik prinsheerlijk afgeleverd. Kind kan de was doen.
Nu hopen dat de rest even makkelijk gaat.
Thursday, 22 September 2011
Friday, 12 November 2010
The S-files: part two (director's cut)
We zijn nu alweer ruim een maand bezig met school, en het leven ziet er daarom weer een stuk leuker uit. Het slagen voor herexamens draagt daar natuurlijk ook aan bij, jeej!
Sommige mensen hebben mij gezegd dat ze het jammer vinden dat mijn blog nu "klaar" is omdat ik terug ben van mijn avontuur in het verre oosten, en dat heeft mijn ego zó gestreeld dat ik eigenlijk wel zin had om daar een mouw aan te passen. Er is technisch gezien niets wat me tegenhoudt om vanaf nu mijn leven in Leuven (pluspunt voor alliteratie) te beschrijven! Muhahaha!
Ok, dat is misschien iets minder indrukwekkend en 'wow'-waardig, maar het stelt me wel in staat om een update van mijn leven te geven aan mensen met wie ik beter contact zou moeten houden, maar die er altijd tussenuit schieten en zorgen dat ik me schuldig voel.
Bij deze dus. Sorry! :(
Dat gezegd zijnde, beginnen we met het tweede deel van deze blog.
The S-files: het (hopelijk) Laatste Jaar in Leuven.
Laat me toe even de huidige stand van zaken samen te vatten vooraleer we door gaan met dit spannende nieuwe seizoen:
- Als alles verloopt volgens het plan dat ik al aan verschillende mensen in detail heb uitgelegd, kan ik in juli 2011 afstuderen voor zowel mijn bachelor als mijn master Japanologie. It's magic!
- Er is al een stap in de goede richting gezet d.m.v. het groen licht dat mijn vakkenpakket en mijn thesisonderwerp hebben gekregen.
- Ik woon in een nieuw studentenhuis met gemeenschappelijke keuken en hele leuke huisgenoten, en waar nota bene ook nog Sinterklaas langs zal komen!
- Ik ben duidelijk een kuddedier bij uitstek, en heb me dus weer (zij het onofficieel) bij het presidium van onze studentenkring Eoos gevoegd. Hetgeen buitengewone toewijding vraagt in de vorm van aanwezigheid op feestjes, overtuigend leren zingen van het kringlied en het spekken van de kas door bier te drinken. Gelukkig worden deze zware opofferingen goed gemaakt door een gepersonaliseerde presidium-trui. Want daar doen we het natuurlijk allemaal voor.
- Ik heb een baantje bij het museum van Leuven - toepasselijk 'M voor Museum' genaamd - als suppoost. Ja, dat betekent rondlopen in de zalen met een kick-ass walkie-talkie en badge om geheime deuren mee open te doen. Ik word er helemaal machtsdronken van.
Zo, nu iedereen weer bij is kunnen we verder met belangrijker zaken, zoals NaNoWriMo. Jawel, om 1 of andere reden ben ik al voor de 3de keer zo geschift om mee te gaan doen aan dit evenement.
Voor mensen die het nog niet kennen, dit acroniem staat voor de National Novel Writing Month, wat erop neer komt dat ik de uitdaging aan ga om in de maand november een 50 000 woorden tellend verhaal te proberen te schrijven, zonder tussentijds dingen te wijzigen of verbeteringen aan te brengen - wat moeilijker is dan het lijkt. De bedoeling is de creativiteit de vrije loop te laten, en pas helemaal op het einde je vreemde hersenspinsels terug te lezen. Wat af en toe zeer vreemde resultaten oplevert!
In 2008 deed ik voor het eerst mee, en slaagde in deze opgave. Dat was duidelijk beginnersgeluk, want in 2009 faalde ik jammerlijk met slechts 5000 woorden achter mijn naam. Maar nu, in 2010, keert het tij opnieuw! Ik heb een beter idee, meer motivatie, en ben nu al verder dan vorig jaar. Maar ik loop toch een beetje achter, zoals je kunt zien:

Met dit programmaatje kun je zien hoever ik nu zit; ik moet eigenlijk al bijna halverwege zitten, maar geen paniek! Voor dit weekend heb ik een marathon gepland, dus tegen zondagavond moet ik aan het streefgetal zitten van 23500 woorden. Eitje, toch?
In ander nieuws, wat mensen hopelijk meer zal interesseren: ik heb een Taiko groep gevonden bij Leuven!! Ik kan dus inderdaad mijn obsessie verder zetten en vol overgave op trommels rammen terwijl ik me stiekem terug in Japan waan! Yes!!
Ok, genoeg uitroeptekens. Want hoewel ik heel blij ben, kost het wel een bom duiten en moet ik nu elke week 1 à 2 keer een half uur op en neer fietsen naar Lovenjoel. Na een volle dag les. Op donderdagavond. Wat betekent dat ik eigenlijk al moe ben voordat ik nog uitga, en vrijdagochtend dus tot weinig productiefs in staat ben.
Een kleine meevaller van de nieuwe aanpak van de KUL dit jaar is dat bijna niemand meer les op vrijdag heeft en dus vroeg aan het weekend kan beginnen. Een schrale troost als je het mij vraagt, vergeleken bij de vervroegde examenregeling die volstrekt onwijzigbaar was en nu alsnog zal wijzigen nadat we ons vakkenpakket al moesten indienen, en dus de potentie heeft te ontaarden in een complete clusterfuck wat overlappende examens betreft.
Non-studenten zullen hier hoogstwaarschijnlijk nog niets van meegekregen hebben, maar dit is een probleem van het grootste belang voor de studenten, die anders misschien bij voorbaat al veroordeeld worden tot een herexamen door overlappende examendata.
En voor de proffen, die blijkbaar nog met geen mogelijkheid kunnen zeggen op welke dag ze in januari in Leuven kunnen zijn om examen af te nemen.
Lees dat drie keer, en zeg me dan pas dat het slecht is van me dat ik het 1 toch iets zwaarder vind wegen dan het ander. Zoals gewoonlijk zit de KUL, ons eeuwenoude, beroemde instituut, weer boordevol kul.
Maar het kan nog altijd erger; gelukkig moet je bij ons nog wel moeite doen voor een diploma.
In persoonlijker nieuws: het damesvoetbalteam van Eoos (waar mezelve ook deel van uitmaakt) heeft afgelopen woensdag een klinkende overwinning geboekt op VRG, de kring van faculteit Rechten. Waar we zeer blij mee zijn, omdat het cliché over rechtenstudenten grotendeels bevestigd wordt in Leuven, en we natuurlijk schaamteloos chauvinistisch zijn over onze eigen kring.
En nee, dan maakt het niet uit dat ze eigenlijk forfait hebben gegeven door gewoon niet te komen opdagen. Winnen is winnen is winnen. Voor de kenners: forfait, shmorfait! Volgende keer wacht ons weliswaar Apolloon (de kring van sportwetenschappen), wat betekent dat we dik ingemaakt zullen worden, aangezien er meisjes van Apolloon bij Anderlecht spelen. Maar wij zijn jammer genoeg te trots om van te voren al forfait te geven, en zullen wij over 2 weken dus ons uiterste best doen... en genadeloos de grond ingeboord worden. Misschien kunnen we er na 10-0 een vriendschappelijk potje van maken?
Oja, nog een laatste puntje. Dit jaar heb ik geen tv meer op mijn kamer (er is geen aansluiting, en zoals Jens zei: "ik kan na 2 stappen de andere muur aanraken"), en ik ben dus niet helemaal bij qua populaire tv-programma's. Maar ik doe soms een beetje onderzoek om niet helemaal met m'n mond vol tanden te staan, en ik moet zeggen: wat, in naam van al dat goed is, is 'Glee'?!?
Niet 'wat' als in 'wat', maar 'wat' als in 'wat vindt iedereen hier zo leuk aan?'. Ik heb wat filmpjes op Youtube gekeken, en serieus, de persoon die dat gedrocht van een tv-serie bedacht heeft moet gestraft worden. Herhaaldelijk. Want het lukt me niet eens om die fragmenten tot het einde toe af te kijken. Halverwege krijg ik ondraaglijke jeuk, begin ik hard te praten tegen mijn computer (= geen goed idee, want de muren zijn dun), en zet ik dat verschrikkelijke, overtrokken, 'High School Musical'-ripoff kattengejank af.
En ja, ik weet dat het al een Emmy heeft mogen ontvangen, en er wereldwijd mensen fan zijn, en wat ik zeg dus maar een mening is. Maar kan iemand me dan uitleggen wat er wel goed aan is? En het argument "die acteur/actrice is een lekker ding" telt niet.
Maar dat is nog niet het ergste uit de States wat mij de afgelopen tijd bereikt heeft. Die twijfelachtige eer valt toe aan het nieuws dat de Millennium-trilogie van Stieg Larsson (aanrader!) opnieuw verfilmd zal worden in Hollywood, terwijl er al een (in mijn ogen) nagenoeg perfecte verfilming bestaat. En waarom moet er nu een nieuwe komen? Omdat deze in het Zweeds is. En over het algemeen haten Amerikanen het lezen van ondertiteling.
Volgens dit artikel zijn de Zweden er ook een beetje pissig over. En terecht.
De originele titels van de boeken waren al niet goed genoeg voor de Engelse vertaling - hoe kom je van "Mannen die vrouwen haten", tot "Het meisje met de drakentattoo"? Toch niks mis met die eerste titel? Maar nee, Hollywood weet alles beter.
En als je me niet gelooft, kijk hier dan eens naar. In 2008 was er een kleine, alternatieve productie, Repo! The Genetic Opera genaamd. Geen Hollywood-productie, maar door mond-tot-mond reclame via het internet toch erg populair. Wat mij betreft ben ik dank verschuldigd aan vriendin Olga voor de introductie. Ik geloofde dus mijn ogen niet toen ik eerder dit jaar de aankondiging zag voor de grootse première van Repo Men; bijna exact hetzelfde verhaal, maar dan met bekende acteurs, meer explosies en zonder alternatieve opera-kenmerken.
En zo verwordt alles tot eenheidsworst. Om ziek van te worden. Want Hollywood-films zijn op zich best leuk als entertainment, maar volgen wel allemaal hetzelfde patroon - moet ook wel, want ze moeten natuurlijk zo veel mogelijk opbrengsten genereren! Tot de vaste ingrediënten behoren: knappe, bekende acteurs/actrices, special effects, seks en een happy end. En natuurlijk moet iedereen alles kunnen begrijpen, dus elke ondertoon, elke nuance moet uitgesproken worden (als je me niet gelooft, kijk dan eens CSI). Slechts zelden zijn Hollywood films subtiel, wat nu juist het grootste kenmerk is van Scandinavische films. En ja, dat zijn soms ook obscure films die alleen doorgewinterde cinefielen kunne waarderen ('Europa', iemand?), maar de Millennium-films waren echt goed. Goede sfeer, indrukwekkend zonder melodramatisch te worden - wat ik zeker zie gebeuren met een zekere scène in de eerste film - en volkomen realistisch zonder een suikerzoet einde.
Dat zie ik dus allemaal ten onder gaan met deze nieuwe verfilming die in 2011 uit moet komen. En het vervelende is dat Hollywood veel meer geld heeft om zijn films aan de man te brengen, en men in landen waar de boeken niet zo populair waren en die de Zweedse films niet bereikt hebben, de Hollywoodversie als de standaard gaat zien. Wat het originele werk allesbehalve eer aandoet. Ik wacht dus vol angst op die nieuwe films, en hoop dat het geen monstruositeit van ongekende proporties wordt zoals de laatste 'Transformers'-film.
En nu ik tot volle tevredenheid mijn gal heb kunnen spuwen, zal ik jullie weer met rust laten. Mijn dank aan de mensen die het tot dit punt hebben volgehouden. :)
P.S. En als je dacht dat rampzalige boekverfilmingen tot Hollywood beperkt bleven; dacht het niet. Kijk maar eens naar 'Kruistocht in spijkerbroek'. Thea Beckman draait zich om in haar graf.
Sommige mensen hebben mij gezegd dat ze het jammer vinden dat mijn blog nu "klaar" is omdat ik terug ben van mijn avontuur in het verre oosten, en dat heeft mijn ego zó gestreeld dat ik eigenlijk wel zin had om daar een mouw aan te passen. Er is technisch gezien niets wat me tegenhoudt om vanaf nu mijn leven in Leuven (pluspunt voor alliteratie) te beschrijven! Muhahaha!
Ok, dat is misschien iets minder indrukwekkend en 'wow'-waardig, maar het stelt me wel in staat om een update van mijn leven te geven aan mensen met wie ik beter contact zou moeten houden, maar die er altijd tussenuit schieten en zorgen dat ik me schuldig voel.
Bij deze dus. Sorry! :(
Dat gezegd zijnde, beginnen we met het tweede deel van deze blog.
The S-files: het (hopelijk) Laatste Jaar in Leuven.
Laat me toe even de huidige stand van zaken samen te vatten vooraleer we door gaan met dit spannende nieuwe seizoen:
- Als alles verloopt volgens het plan dat ik al aan verschillende mensen in detail heb uitgelegd, kan ik in juli 2011 afstuderen voor zowel mijn bachelor als mijn master Japanologie. It's magic!
- Er is al een stap in de goede richting gezet d.m.v. het groen licht dat mijn vakkenpakket en mijn thesisonderwerp hebben gekregen.
- Ik woon in een nieuw studentenhuis met gemeenschappelijke keuken en hele leuke huisgenoten, en waar nota bene ook nog Sinterklaas langs zal komen!
- Ik ben duidelijk een kuddedier bij uitstek, en heb me dus weer (zij het onofficieel) bij het presidium van onze studentenkring Eoos gevoegd. Hetgeen buitengewone toewijding vraagt in de vorm van aanwezigheid op feestjes, overtuigend leren zingen van het kringlied en het spekken van de kas door bier te drinken. Gelukkig worden deze zware opofferingen goed gemaakt door een gepersonaliseerde presidium-trui. Want daar doen we het natuurlijk allemaal voor.
- Ik heb een baantje bij het museum van Leuven - toepasselijk 'M voor Museum' genaamd - als suppoost. Ja, dat betekent rondlopen in de zalen met een kick-ass walkie-talkie en badge om geheime deuren mee open te doen. Ik word er helemaal machtsdronken van.
Zo, nu iedereen weer bij is kunnen we verder met belangrijker zaken, zoals NaNoWriMo. Jawel, om 1 of andere reden ben ik al voor de 3de keer zo geschift om mee te gaan doen aan dit evenement.
Voor mensen die het nog niet kennen, dit acroniem staat voor de National Novel Writing Month, wat erop neer komt dat ik de uitdaging aan ga om in de maand november een 50 000 woorden tellend verhaal te proberen te schrijven, zonder tussentijds dingen te wijzigen of verbeteringen aan te brengen - wat moeilijker is dan het lijkt. De bedoeling is de creativiteit de vrije loop te laten, en pas helemaal op het einde je vreemde hersenspinsels terug te lezen. Wat af en toe zeer vreemde resultaten oplevert!
In 2008 deed ik voor het eerst mee, en slaagde in deze opgave. Dat was duidelijk beginnersgeluk, want in 2009 faalde ik jammerlijk met slechts 5000 woorden achter mijn naam. Maar nu, in 2010, keert het tij opnieuw! Ik heb een beter idee, meer motivatie, en ben nu al verder dan vorig jaar. Maar ik loop toch een beetje achter, zoals je kunt zien:
Met dit programmaatje kun je zien hoever ik nu zit; ik moet eigenlijk al bijna halverwege zitten, maar geen paniek! Voor dit weekend heb ik een marathon gepland, dus tegen zondagavond moet ik aan het streefgetal zitten van 23500 woorden. Eitje, toch?
In ander nieuws, wat mensen hopelijk meer zal interesseren: ik heb een Taiko groep gevonden bij Leuven!! Ik kan dus inderdaad mijn obsessie verder zetten en vol overgave op trommels rammen terwijl ik me stiekem terug in Japan waan! Yes!!
Ok, genoeg uitroeptekens. Want hoewel ik heel blij ben, kost het wel een bom duiten en moet ik nu elke week 1 à 2 keer een half uur op en neer fietsen naar Lovenjoel. Na een volle dag les. Op donderdagavond. Wat betekent dat ik eigenlijk al moe ben voordat ik nog uitga, en vrijdagochtend dus tot weinig productiefs in staat ben.
Een kleine meevaller van de nieuwe aanpak van de KUL dit jaar is dat bijna niemand meer les op vrijdag heeft en dus vroeg aan het weekend kan beginnen. Een schrale troost als je het mij vraagt, vergeleken bij de vervroegde examenregeling die volstrekt onwijzigbaar was en nu alsnog zal wijzigen nadat we ons vakkenpakket al moesten indienen, en dus de potentie heeft te ontaarden in een complete clusterfuck wat overlappende examens betreft.
Non-studenten zullen hier hoogstwaarschijnlijk nog niets van meegekregen hebben, maar dit is een probleem van het grootste belang voor de studenten, die anders misschien bij voorbaat al veroordeeld worden tot een herexamen door overlappende examendata.
En voor de proffen, die blijkbaar nog met geen mogelijkheid kunnen zeggen op welke dag ze in januari in Leuven kunnen zijn om examen af te nemen.
Lees dat drie keer, en zeg me dan pas dat het slecht is van me dat ik het 1 toch iets zwaarder vind wegen dan het ander. Zoals gewoonlijk zit de KUL, ons eeuwenoude, beroemde instituut, weer boordevol kul.
Maar het kan nog altijd erger; gelukkig moet je bij ons nog wel moeite doen voor een diploma.
In persoonlijker nieuws: het damesvoetbalteam van Eoos (waar mezelve ook deel van uitmaakt) heeft afgelopen woensdag een klinkende overwinning geboekt op VRG, de kring van faculteit Rechten. Waar we zeer blij mee zijn, omdat het cliché over rechtenstudenten grotendeels bevestigd wordt in Leuven, en we natuurlijk schaamteloos chauvinistisch zijn over onze eigen kring.
En nee, dan maakt het niet uit dat ze eigenlijk forfait hebben gegeven door gewoon niet te komen opdagen. Winnen is winnen is winnen. Voor de kenners: forfait, shmorfait! Volgende keer wacht ons weliswaar Apolloon (de kring van sportwetenschappen), wat betekent dat we dik ingemaakt zullen worden, aangezien er meisjes van Apolloon bij Anderlecht spelen. Maar wij zijn jammer genoeg te trots om van te voren al forfait te geven, en zullen wij over 2 weken dus ons uiterste best doen... en genadeloos de grond ingeboord worden. Misschien kunnen we er na 10-0 een vriendschappelijk potje van maken?
Oja, nog een laatste puntje. Dit jaar heb ik geen tv meer op mijn kamer (er is geen aansluiting, en zoals Jens zei: "ik kan na 2 stappen de andere muur aanraken"), en ik ben dus niet helemaal bij qua populaire tv-programma's. Maar ik doe soms een beetje onderzoek om niet helemaal met m'n mond vol tanden te staan, en ik moet zeggen: wat, in naam van al dat goed is, is 'Glee'?!?
Niet 'wat' als in 'wat', maar 'wat' als in 'wat vindt iedereen hier zo leuk aan?'. Ik heb wat filmpjes op Youtube gekeken, en serieus, de persoon die dat gedrocht van een tv-serie bedacht heeft moet gestraft worden. Herhaaldelijk. Want het lukt me niet eens om die fragmenten tot het einde toe af te kijken. Halverwege krijg ik ondraaglijke jeuk, begin ik hard te praten tegen mijn computer (= geen goed idee, want de muren zijn dun), en zet ik dat verschrikkelijke, overtrokken, 'High School Musical'-ripoff kattengejank af.
En ja, ik weet dat het al een Emmy heeft mogen ontvangen, en er wereldwijd mensen fan zijn, en wat ik zeg dus maar een mening is. Maar kan iemand me dan uitleggen wat er wel goed aan is? En het argument "die acteur/actrice is een lekker ding" telt niet.
Maar dat is nog niet het ergste uit de States wat mij de afgelopen tijd bereikt heeft. Die twijfelachtige eer valt toe aan het nieuws dat de Millennium-trilogie van Stieg Larsson (aanrader!) opnieuw verfilmd zal worden in Hollywood, terwijl er al een (in mijn ogen) nagenoeg perfecte verfilming bestaat. En waarom moet er nu een nieuwe komen? Omdat deze in het Zweeds is. En over het algemeen haten Amerikanen het lezen van ondertiteling.
Volgens dit artikel zijn de Zweden er ook een beetje pissig over. En terecht.
De originele titels van de boeken waren al niet goed genoeg voor de Engelse vertaling - hoe kom je van "Mannen die vrouwen haten", tot "Het meisje met de drakentattoo"? Toch niks mis met die eerste titel? Maar nee, Hollywood weet alles beter.
En als je me niet gelooft, kijk hier dan eens naar. In 2008 was er een kleine, alternatieve productie, Repo! The Genetic Opera genaamd. Geen Hollywood-productie, maar door mond-tot-mond reclame via het internet toch erg populair. Wat mij betreft ben ik dank verschuldigd aan vriendin Olga voor de introductie. Ik geloofde dus mijn ogen niet toen ik eerder dit jaar de aankondiging zag voor de grootse première van Repo Men; bijna exact hetzelfde verhaal, maar dan met bekende acteurs, meer explosies en zonder alternatieve opera-kenmerken.
En zo verwordt alles tot eenheidsworst. Om ziek van te worden. Want Hollywood-films zijn op zich best leuk als entertainment, maar volgen wel allemaal hetzelfde patroon - moet ook wel, want ze moeten natuurlijk zo veel mogelijk opbrengsten genereren! Tot de vaste ingrediënten behoren: knappe, bekende acteurs/actrices, special effects, seks en een happy end. En natuurlijk moet iedereen alles kunnen begrijpen, dus elke ondertoon, elke nuance moet uitgesproken worden (als je me niet gelooft, kijk dan eens CSI). Slechts zelden zijn Hollywood films subtiel, wat nu juist het grootste kenmerk is van Scandinavische films. En ja, dat zijn soms ook obscure films die alleen doorgewinterde cinefielen kunne waarderen ('Europa', iemand?), maar de Millennium-films waren echt goed. Goede sfeer, indrukwekkend zonder melodramatisch te worden - wat ik zeker zie gebeuren met een zekere scène in de eerste film - en volkomen realistisch zonder een suikerzoet einde.
Dat zie ik dus allemaal ten onder gaan met deze nieuwe verfilming die in 2011 uit moet komen. En het vervelende is dat Hollywood veel meer geld heeft om zijn films aan de man te brengen, en men in landen waar de boeken niet zo populair waren en die de Zweedse films niet bereikt hebben, de Hollywoodversie als de standaard gaat zien. Wat het originele werk allesbehalve eer aandoet. Ik wacht dus vol angst op die nieuwe films, en hoop dat het geen monstruositeit van ongekende proporties wordt zoals de laatste 'Transformers'-film.
En nu ik tot volle tevredenheid mijn gal heb kunnen spuwen, zal ik jullie weer met rust laten. Mijn dank aan de mensen die het tot dit punt hebben volgehouden. :)
P.S. En als je dacht dat rampzalige boekverfilmingen tot Hollywood beperkt bleven; dacht het niet. Kijk maar eens naar 'Kruistocht in spijkerbroek'. Thea Beckman draait zich om in haar graf.
Sunday, 5 September 2010
Terug van weggeweest
Ondanks verschillende afgebroken pogingen tot het schrijven van een blogpost, is het effectief afwerken ervan niet meer gelukt voordat ik terug naar huis moest. Voor een afwezigheid van 3 maanden is zelfs het alom geaccepteerde excuus van "ik had het druk" niet toereikend, dus daar zal ik verder geen woorden aan vuil maken. Intussen ben ik (bijna op de dag af) een maand terug, en heb ik dus al de kans gehad alles een beetje op een rijtje te zetten, en te wennen aan het feit dat ik plotseling weer in mijn "eigen" cultuur terug ben.
Maar voordat we daarover verder gaan, wil ik eerst even in vogelvlucht de laatste periode in Japan doornemen.
Mijn eindpresentatie ging redelijk; 1 stomme fout gemaakt bij het doorklikken van mijn slides, maar voor de rest vond iedereen het toch best interessant. Iedereen moest op dezelfde dag zijn presentatie geven, wat betekent dat we van 9u 's ochtends tot 18u 's avonds in dat lokaal hebben gezeten. Na afloop nog groepsfoto's genomen, en dat was dat. De volgende dag was het afscheidsfeestje voor de internationale studenten, zoals gewoonlijk gehouden in de grote zaal in de Kaikan. Traditiegetrouw ging dit gepaard met allerlei spelletjes, waarvan het resultaat in de foto-slideshow rechts van mijn blog te zien is.
Geen WC-rol is beschadigd bij het maken van deze foto's.
Op niet-academisch gebied was het grootste evenement natuurlijk het Taiko Matsuri; het grote taiko concert dat op 31 juli en 1 augustus plaatsvond in het park van het kasteel van Matsumoto. Hiervan staan ook een heel aantal foto's in het album op deze pagina.
Op de 31ste waren wij nog niet aan de beurt, en hielpen we vooral met het opbouwen en afbreken voor onze jeugddivisie die wel die dag op het hoofdpodium zou optreden. De zenuwen sloegen die dag dan ook nog niet echt toe, en we hebben dus nog kunnen genieten van de optredens van de andere groepen die meededen. Daarnaast traden onze centrale 3 broers - Toshiharu (Toshi voor de vrienden), Kenji en Kiyoshi - ook beide dagen op; zij verzorgden de openingsceremonie. Bewonderaar die ik ben (geen commentaar) heb ik dat natuurlijk gefilmd, en het resultaat kun je hieronder zien. De fluit is in het begin niet zo goed te horen, maar dat ligt (opnieuw) aan mijn camera.
De schelpen moeten volgens vriendin Kyoko symbolisch dienen als aandachtstrekker voor het publiek; een soort van "komt dat zien, komt dat zien!" effect. Ik ben er nog niet helemaal uit of het bijdraagt of afdoet aan de hele opvoering.
Enfin, de tweede dag waren wij eindelijk aan de beurt. 's Ochtends was het eerst tijd voor de repetitie. Het spreekwoord zegt dat alles wat er in de generale misgaat, tijdens de premiere goed zal verlopen. Welnu, alles wat in de generale mis kon gaan, ging ook daadwerkelijk mis. Ik miste ons instapmoment, liet een stok vallen, en zat op het laatste stuk net een tel ernaast. Duidelijk de zenuwen van voor de eerste keer op dat podium te staan, over het hele plein heen te kunnen kijken, en te beseffen dat het uur U onherroepelijk nadert.
Gelukkig was het die avond donker tegen de tijd dat wij aan de beurt waren, en met al die spots op je gezicht kun je het publiek gelukkig niet zien. Onze set was 2 nummers lang. De groep is redelijk groot, en afgezien van een paar centrale spelers deden de meesten maar 1 nummer mee, waaronder wij. Ons nummer, met het solo-gedeelte, was pas als tweede aan de beurt. Tijdens het eerste hebben we dus trillend in de coulissen gestaan, onbewust air-trommelend en mee-neuriënd met wat er op het podium gebeurde. Tijdens groot applaus was het aan ons om onze taiko mee te nemen naar de juiste positie, en te wachten op het moment van de waarheid.
Het spreekwoord hield stand, en afgezien van een kleine aarzeling die alleen ingewijden zouden opmerken, verliep alles perfect. De adrenaline gierde ons tijdens het buigen nog door het lijf, en tijdens het opbergen van de taiko's hebben Bregt en ik van pure euforie rondgesprongen als konijnen op LSD.
Daarna kwam het besef dat het gewoon nu klaar was. Al die maanden heb je toegeleefd naar een evenement dat (in ons geval) slechts 7 minuten geduurd heeft. Het groepsgevoel is op dat moment zo sterk dat je eigenlijk wilt dat er op zijn minst nog een dag aan vastgeplakt wordt, gewoon zodat het nog niet hoeft te eindigen.
Het was vanaf dat moment dat ik begon te voelen dat ik eigenlijk nog helemaal niet naar huis wilde.
Dat gevoel is die laatste week alleen maar gestegen, culminerend in een jankfestijn van epische proporties tijdens het afscheidsfeestje van de taiko-groep op vrijdag 6 augustus. De volgende ochtend vertrok ik al om 5u30 's ochtends naar het vliegveld, en toen had ik bijna alles willen geven om nog niet weg te moeten. Er is gespeeched en gelachen, er zijn cadeautjes en adressen uitgewisseld, en er is op het eind nog geknuffeld ook - eigenlijk ongehoord voor Japanners. Er is ons verzekerd dat we altijd een plaats bij hun hebben, en dat we zeker op bezoek moeten komen en meetrainen als we nog eens in de buurt zijn.
De terugreis op zaterdag voelde eigenlijk heel onwerkelijk aan; je denkt dat een jaar een lange tijd is, maar het vliegt eigenlijk voorbij. Het is eigenlijk goed dat je in totaal bijna zo'n 24 uur onderweg bent; dan heb je een beetje de tijd om om te schakelen: het verdriet van het afscheid van je af te zetten en je te richten op de blijdschap van het weerzien.
Een directe vlucht Tokyo-Brussel bestaat nog niet, dus ik had een overstap op Schiphol waarop ik 2 uur moest wachten. In het vliegtuig al ergerde ik me mateloos aan het feit dat je meteen weer als onwetende buitenlander wordt behandeld, alle stewardessen ervan uit gaan dat je geen Japans spreekt, niet van Oolong thee houdt, en dat ze zich moeten verontschuldigen voor het feit dat de westerse maaltijden op zijn. Pogingen tot protest zijn futiel, omdat ze boven het geluid van de motoren uit niet registreren dat je in het Japans bezig bent.
Schiphol was jammergenoeg bron voor nog meer irritaties. Het eerste wat me opviel toen ik het vliegtuig afstapte waren 3 dingen: Iedereen is lang, lijkt op mij, en is onbeleefd.
Ok, ik geef toe, Japan is qua beleefdheid en professionele voorkomendheid bijna een unicum in de wereld, maar dit was dan wel weer de andere kant van het spectrum (hoewel vriend Martijn me verzekerd heeft dat het in Rusland nog erger is). Het begon al bij de paspoortcontrole en bagage-check aan de transferbalie; de eerste doet alles met handgebaartjes en zegt helemaal niks, de tweede zegt alleen het volgende:
"Jas uit. Alles uit de zakken."
"Laptop? Uit de tas. Openmaken."
Ik snap dat het een geestdodende, afstompende k*tbaan is waar je hersenen van afsterven, maar kan er echt geen glimlachje vanaf? Of een vriendelijkere toon? Je zou uit pure rancune alsnog terrorist worden.
Om nog maar niet te spreken van de werknemers van de Starbucks op Schiphol. Ik dacht: 2 uur wachten, ik ben moe; kan best een koffie gebruiken. En om het afkicken van de in Japan alomtegenwoordige Starbucks nog wat uit te stellen, dacht ik: kom, we halen er nog even snel eentje, om het af te leren.
Fout dus. Compleet fout. Er staan daar achter die toonbank 3 jonge barista's die, ondanks de zich opbouwende rij, op een slakkengangetje heen en weer sloffen tussen koffie-apparaat en kassa en duidelijk nauwelijks geïnteresseerd zijn in hun bezigheid. Ok, ik ben verwend, dat weet ik, maar de complete desinteresse waarmee je met opgetrokken wenkbrauw bijna naar je toegeroepen krijgt wat je dan wel wilt hebben, vind ik op het randje. En als je dan braaf staat te wachten op je drankje, en ze het gewoon vergeten te maken en dan op hetzelfde arrogante toontje vragen wat je dan wel niet gehad had willen hebben.... daar kan ik dus niet (meer) tegen.
En sindsdien valt het me elke dag op hoe onvriendelijk we allemaal tegen elkaar zijn. Nergens kan meer een glimlachje vanaf, en van het concept 'service' is eigenlijk nauwelijks meer iets te merken. Dan merk ik wel dat ik toch gewend ben geraakt aan de Japanse omgangsvormen die in het begin zo overdreven leken. En ik besef steeds meer dat ik meer cultuurschok heb beleefd toen ik terugkwam, dan ik had toen ik heenging. Misschien ook door het feit dat je heengaat met de verwachting dat alles anders is dan je gewend bent, en als je terugkomt niet denkt dat je je ergens op hoeft voor te bereiden.
Ik weet nu wel dat het leven daar eigenlijk nog niet zo slecht is, en dat de irritaties daar weliswaar anders, maar niet erger zijn dan de irritaties hier. Dat houd je altijd, waar ter wereld je ook terecht komt. Ik weet nu wel dat ik daar kan leven, en dat het dus ook geen ramp zou zijn mocht ik ooit voor mijn werk nog eens een paar jaar naar Japan moeten. Dat zou ik eigenlijk helemaal niet erg vinden; ik ben eigenlijk stiekem al mogelijkheden aan het zoeken om volgend jaar al even terug te gaan.
Maar voordat we daarover verder gaan, wil ik eerst even in vogelvlucht de laatste periode in Japan doornemen.
Mijn eindpresentatie ging redelijk; 1 stomme fout gemaakt bij het doorklikken van mijn slides, maar voor de rest vond iedereen het toch best interessant. Iedereen moest op dezelfde dag zijn presentatie geven, wat betekent dat we van 9u 's ochtends tot 18u 's avonds in dat lokaal hebben gezeten. Na afloop nog groepsfoto's genomen, en dat was dat. De volgende dag was het afscheidsfeestje voor de internationale studenten, zoals gewoonlijk gehouden in de grote zaal in de Kaikan. Traditiegetrouw ging dit gepaard met allerlei spelletjes, waarvan het resultaat in de foto-slideshow rechts van mijn blog te zien is.
Geen WC-rol is beschadigd bij het maken van deze foto's.
Op niet-academisch gebied was het grootste evenement natuurlijk het Taiko Matsuri; het grote taiko concert dat op 31 juli en 1 augustus plaatsvond in het park van het kasteel van Matsumoto. Hiervan staan ook een heel aantal foto's in het album op deze pagina.
Op de 31ste waren wij nog niet aan de beurt, en hielpen we vooral met het opbouwen en afbreken voor onze jeugddivisie die wel die dag op het hoofdpodium zou optreden. De zenuwen sloegen die dag dan ook nog niet echt toe, en we hebben dus nog kunnen genieten van de optredens van de andere groepen die meededen. Daarnaast traden onze centrale 3 broers - Toshiharu (Toshi voor de vrienden), Kenji en Kiyoshi - ook beide dagen op; zij verzorgden de openingsceremonie. Bewonderaar die ik ben (geen commentaar) heb ik dat natuurlijk gefilmd, en het resultaat kun je hieronder zien. De fluit is in het begin niet zo goed te horen, maar dat ligt (opnieuw) aan mijn camera.
De schelpen moeten volgens vriendin Kyoko symbolisch dienen als aandachtstrekker voor het publiek; een soort van "komt dat zien, komt dat zien!" effect. Ik ben er nog niet helemaal uit of het bijdraagt of afdoet aan de hele opvoering.
Enfin, de tweede dag waren wij eindelijk aan de beurt. 's Ochtends was het eerst tijd voor de repetitie. Het spreekwoord zegt dat alles wat er in de generale misgaat, tijdens de premiere goed zal verlopen. Welnu, alles wat in de generale mis kon gaan, ging ook daadwerkelijk mis. Ik miste ons instapmoment, liet een stok vallen, en zat op het laatste stuk net een tel ernaast. Duidelijk de zenuwen van voor de eerste keer op dat podium te staan, over het hele plein heen te kunnen kijken, en te beseffen dat het uur U onherroepelijk nadert.
Gelukkig was het die avond donker tegen de tijd dat wij aan de beurt waren, en met al die spots op je gezicht kun je het publiek gelukkig niet zien. Onze set was 2 nummers lang. De groep is redelijk groot, en afgezien van een paar centrale spelers deden de meesten maar 1 nummer mee, waaronder wij. Ons nummer, met het solo-gedeelte, was pas als tweede aan de beurt. Tijdens het eerste hebben we dus trillend in de coulissen gestaan, onbewust air-trommelend en mee-neuriënd met wat er op het podium gebeurde. Tijdens groot applaus was het aan ons om onze taiko mee te nemen naar de juiste positie, en te wachten op het moment van de waarheid.
Het spreekwoord hield stand, en afgezien van een kleine aarzeling die alleen ingewijden zouden opmerken, verliep alles perfect. De adrenaline gierde ons tijdens het buigen nog door het lijf, en tijdens het opbergen van de taiko's hebben Bregt en ik van pure euforie rondgesprongen als konijnen op LSD.
Daarna kwam het besef dat het gewoon nu klaar was. Al die maanden heb je toegeleefd naar een evenement dat (in ons geval) slechts 7 minuten geduurd heeft. Het groepsgevoel is op dat moment zo sterk dat je eigenlijk wilt dat er op zijn minst nog een dag aan vastgeplakt wordt, gewoon zodat het nog niet hoeft te eindigen.
Het was vanaf dat moment dat ik begon te voelen dat ik eigenlijk nog helemaal niet naar huis wilde.
Dat gevoel is die laatste week alleen maar gestegen, culminerend in een jankfestijn van epische proporties tijdens het afscheidsfeestje van de taiko-groep op vrijdag 6 augustus. De volgende ochtend vertrok ik al om 5u30 's ochtends naar het vliegveld, en toen had ik bijna alles willen geven om nog niet weg te moeten. Er is gespeeched en gelachen, er zijn cadeautjes en adressen uitgewisseld, en er is op het eind nog geknuffeld ook - eigenlijk ongehoord voor Japanners. Er is ons verzekerd dat we altijd een plaats bij hun hebben, en dat we zeker op bezoek moeten komen en meetrainen als we nog eens in de buurt zijn.
De terugreis op zaterdag voelde eigenlijk heel onwerkelijk aan; je denkt dat een jaar een lange tijd is, maar het vliegt eigenlijk voorbij. Het is eigenlijk goed dat je in totaal bijna zo'n 24 uur onderweg bent; dan heb je een beetje de tijd om om te schakelen: het verdriet van het afscheid van je af te zetten en je te richten op de blijdschap van het weerzien.
Een directe vlucht Tokyo-Brussel bestaat nog niet, dus ik had een overstap op Schiphol waarop ik 2 uur moest wachten. In het vliegtuig al ergerde ik me mateloos aan het feit dat je meteen weer als onwetende buitenlander wordt behandeld, alle stewardessen ervan uit gaan dat je geen Japans spreekt, niet van Oolong thee houdt, en dat ze zich moeten verontschuldigen voor het feit dat de westerse maaltijden op zijn. Pogingen tot protest zijn futiel, omdat ze boven het geluid van de motoren uit niet registreren dat je in het Japans bezig bent.
Schiphol was jammergenoeg bron voor nog meer irritaties. Het eerste wat me opviel toen ik het vliegtuig afstapte waren 3 dingen: Iedereen is lang, lijkt op mij, en is onbeleefd.
Ok, ik geef toe, Japan is qua beleefdheid en professionele voorkomendheid bijna een unicum in de wereld, maar dit was dan wel weer de andere kant van het spectrum (hoewel vriend Martijn me verzekerd heeft dat het in Rusland nog erger is). Het begon al bij de paspoortcontrole en bagage-check aan de transferbalie; de eerste doet alles met handgebaartjes en zegt helemaal niks, de tweede zegt alleen het volgende:
"Jas uit. Alles uit de zakken."
"Laptop? Uit de tas. Openmaken."
Ik snap dat het een geestdodende, afstompende k*tbaan is waar je hersenen van afsterven, maar kan er echt geen glimlachje vanaf? Of een vriendelijkere toon? Je zou uit pure rancune alsnog terrorist worden.
Om nog maar niet te spreken van de werknemers van de Starbucks op Schiphol. Ik dacht: 2 uur wachten, ik ben moe; kan best een koffie gebruiken. En om het afkicken van de in Japan alomtegenwoordige Starbucks nog wat uit te stellen, dacht ik: kom, we halen er nog even snel eentje, om het af te leren.
Fout dus. Compleet fout. Er staan daar achter die toonbank 3 jonge barista's die, ondanks de zich opbouwende rij, op een slakkengangetje heen en weer sloffen tussen koffie-apparaat en kassa en duidelijk nauwelijks geïnteresseerd zijn in hun bezigheid. Ok, ik ben verwend, dat weet ik, maar de complete desinteresse waarmee je met opgetrokken wenkbrauw bijna naar je toegeroepen krijgt wat je dan wel wilt hebben, vind ik op het randje. En als je dan braaf staat te wachten op je drankje, en ze het gewoon vergeten te maken en dan op hetzelfde arrogante toontje vragen wat je dan wel niet gehad had willen hebben.... daar kan ik dus niet (meer) tegen.
En sindsdien valt het me elke dag op hoe onvriendelijk we allemaal tegen elkaar zijn. Nergens kan meer een glimlachje vanaf, en van het concept 'service' is eigenlijk nauwelijks meer iets te merken. Dan merk ik wel dat ik toch gewend ben geraakt aan de Japanse omgangsvormen die in het begin zo overdreven leken. En ik besef steeds meer dat ik meer cultuurschok heb beleefd toen ik terugkwam, dan ik had toen ik heenging. Misschien ook door het feit dat je heengaat met de verwachting dat alles anders is dan je gewend bent, en als je terugkomt niet denkt dat je je ergens op hoeft voor te bereiden.
Ik weet nu wel dat het leven daar eigenlijk nog niet zo slecht is, en dat de irritaties daar weliswaar anders, maar niet erger zijn dan de irritaties hier. Dat houd je altijd, waar ter wereld je ook terecht komt. Ik weet nu wel dat ik daar kan leven, en dat het dus ook geen ramp zou zijn mocht ik ooit voor mijn werk nog eens een paar jaar naar Japan moeten. Dat zou ik eigenlijk helemaal niet erg vinden; ik ben eigenlijk stiekem al mogelijkheden aan het zoeken om volgend jaar al even terug te gaan.
Subscribe to:
Posts (Atom)
